Grijs is ook een kleur

Filmacademie Lichting 2016: Vrouwen aan de macht

Voor Cine.nl dook ik in de Lichting 2016 van de Filmacademie, waar het glazen plafond aardig aan diggelen lijkt te zijn geslagen.

Vorige week werden – traditiegetrouw – de films van de afgestudeerde studenten van de Filmacademie vertoond in de grote zaal van EYE in Amsterdam. Laat deze Lichting 2016 de toekomst van de Nederlandse cinema zien? En wie ambieert in deze tijd van afnemende subsidies en enorme concurrentie nog een plek in onze kleine filmwereld?

Bart Römer, al vier jaar baas van de Filmacademie, schoot in zijn openingstoespraak in elk geval flink in de verdediging. Hij pareerde de kritiek op de middelmatige kwaliteit van de films met het argument dat het maar studenten zijn. “Je mag vinden van de films wat je vindt, maar de Filmacademie is een school, geen producent,” aldus Römer. Om even later te erkennen dat de school zelf wel degelijk tekort schoot. “De didactiek stond tot nu toe niet altijd even hoog in de focus” klonk het haast verontschuldigend. Volgens Römer moet er nu echt werk worden gemaakt van curriculumontwikkeling. Met andere woorden: de Filmacademie moet zich goed afvragen waar het voor staat en wat de opleiding de filmmakers in spé eigenlijk moet bieden, behalve het bijbrengen van de techniek. Er werd door Römer met geen woord gerept over eventuele samenwerkingen met andere audio-visuele opleidingen als de HKU (Utrecht), St. Joost (Breda) of Willem de Koning (Rotterdam) en hoe zij hiermee omgaan.

Het blijft afwachten of de Filmacademie zich werkelijk weet te vernieuwen en de deuren open wil gooien. In één ding is het wel geslaagd: het doorbreken van het glazen plafond voor vrouwen. It’s a women’s world bij Lichting 2016. Van de 12 films zijn er 7 door een vrouw geregisseerd, de scenario’s zijn allemaal door vrouwen geschreven en 9 van de 15 producenten zijn vrouw, net als 6 van de 8 production designers. Camerawerk en geluid zijn daarentegen nog echte mannenbolwerken. Maar de vrouwelijke regisseurs sleepten wel alle prijzen in de wacht.

De crew van The Origin of Trouble
De crew van The Origin of Trouble

Haast traditiegetrouw waren de zes documentaires gemiddeld van een hoger niveau dan de zes fictiefilms. Maar bij de laatste categorie zaten wel een paar sterke producties, met als absoluut beste film Grijs is ook een kleur van Marit Weerheijm. Ze kreeg er dan ook terecht de Topkapi Films Fictie Prijs voor. Het scenario van Saar Ponsioen werd bekroond met AVROTROS Scenarioprijs. Grijs is ook een kleur gaat over de jonge Cato (een fenomenaal debuut van Cécilia Vos) en haar oudere broer (een mooie rol van Ko Zandvliet) die na een zelfmoordpoging weer thuis komt wonen. De manier waarop Weerheijm omgaat met zo’n beladen thema, dwingt, zeker voor een eindexamenproductie, groot respect af. Vanaf de eerste minuut pakt de film je stevig beet om je pas na het laatste shot weer los te laten. Het sterke camerawerk, de natuurlijke dialogen en een vleugje magisch-realisme maken Grijs is ook een kleur tot één van de beste afstudeerfilms van de laatste jaren.

Andere fictiefilms blijven steken in een interessant idee of een slechts gedeeltelijk geslaagde uitwerking. Zo is de tragikomedie In Kropsdam is iedereen gelukkig door het strakke camerawerk en de droge dialogen een aardige aanzet van een film over de beklemming van een kleine hechte dorpsgemeenschap. Maar het matige acteren en het zwakke scenario halen de film al snel onderuit. In Op Zuid ontmoet een jongen ’s nachts in Rotterdam een oude jeugdvriend. Het moet volgens regisseur David Eilander een reflectie zijn van zijn gedachtes over de multiculturele samenleving, maar de film blijft, ondanks het sfeervolle camerawerk, steken in clichés.

De druk vanuit een groep staat ook centraal in de film Clan, over een vrouw in een regenjas die zich ineens meldt bij een groep mensen op een boerderij. Maar de karakters lijken zo plat als een dubbeltje en de apathie van de personages gaat al snel irriteren. Dat laatste gebeurt ook in EIGEN, over ‘zelfontplooiing’ van een ‘symbiotische eeneiige tweeling’ tijdens een therapeutische groepssessie in een bolvormige tent. Een welkome afwisseling vormt Dark Machine, één van de weinige genrefilms dit jaar. Een fotograaf wordt midden in de nacht opgebeld door een onbekend iemand, waarna een vrouw zijn leven gaat beheersen. Het verhaal stelt verder weinig voor, maar de sfeer van een film noir of een thriller wordt overtuigend neergezet.

Still uit Op Zuid
Still uit Op Zuid

Zoals gezegd vormen de documentaires opnieuw het meest interessante deel, waarbij de film The Origin of Trouble er echt uitspringt. Niet voor niets won hij zowel de KNF prijs (namens de Nederlandse filmkritiek), de VPRO Documentaire Prijs én de Publieksprijs. The Origin of Trouble past naadloos in het genre ego-documenten waar dit jaar ook mindere docu’s als 2GETHER en Breng me naar het Zuiden onder vallen. Vorig jaar won de docu If mama ain’t happy, nobody’s happy, in de prijzen waarin filmmaakster Mea Dols via haar familie vier generaties vrouwen wilde laten zien. In The Origin of Trouble wil regisseur Tessa Pope door gesprekken met onder meer haar vader, haar moeder, haar stiefvader en haar broer achterhalen hoe ze is opgevoed en waarom de band met haar vader zo complex is. Pope mengt oude familiebeelden met eenvoudige interviewshots, maar het resultaat is niet alleen zeer effectief, maar ook komisch en ontroerend. In een half uur ontrolt zich een ware familiekroniek waarbij de zin: “Jullie hebben er echt een puinhoop van gemaakt met z’n tweeeën” een sleutelrol speelt. Het gemak waarmee Pope de kijker weet te betrekken bij een zeer persoonlijke geschiedenis, maakt grote indruk. Net als het dramatische en emotionele einde trouwens.

Een andere documentaire die genoemd moet worden, is Het nachtelijk halfrond van Paul de Ruijter, waarin hij een groep mensen volgt in het uiterste noorden van Noorwegen die een paar maanden van het jaar de zon niet zien opkomen. Vooral de soundscape en de montage weten te imponeren. Datzelfde geldt voor Cargo over mannen op een vrachtschip midden op zee,  hoewel deze inhoudelijk veel minder sterk is.  Tot slot is The Mechanics een vaardig gemaakte maar weinig bijzondere film over het ambacht van het maken van mechanieken, bewegende machines.

De conclusie? Lichting 2016 bevat een aantal sterke films van makers waarvan te hopen is dat ze in Nederland de kans krijgen om aan de slag te gaan. Met de gedrevenheid van zowel Tessa Poppe als Marit Weerheijm kan dat haast niet anders dan lukken. Tegelijk is het een opdracht aan de Filmacademie om nu echt werk te maken van vernieuwing en om buiten de gevestigde kaders te denken. Een ambachtelijke opleiding is, zoals Bart Römer terecht zegt, niet genoeg. Het is aan hem én de generatie filmmakers die er les geeft om deze belofte ook waar te maken.