Wie durft de Amerikaanse zomerblockbuster te verslaan?

Eind juni 2017 verbaasde ik me in een stuk voor HP/De Tijd over de dominantie van de Hollywood blockbuster in de zomer. Waarom durft er niemand een Nederlandse zomerfilm uit te brengen? Nu verzuipt alles weer rond het Nederlands Film Festival. Over kansen voor de Nederfilm en de toenemende Chinese invloed op de Amerikaanse filmproductie.


Wie deze zomer na een regenbui of hittegolf een bioscoop inrolt, stuit op een muur aan Amerikaans blockbustergeweld. Op zoek naar wat anders? Een Nederlandse film misschien?

Dan moet je wachten tot half september wanneer rond het Nederlands Film Festival ineens alles op een kluitje de filmtheaters wordt ingeslingerd. De zomerstop in de Nederlandse cinema lijkt Hilversumse trekjes te krijgen, net als DWDD die een ‘zomerstop’ van bijna vier maanden neemt. Durft echt niemand het op te nemen tegen het zomerse Hollywoodgeweld? Of zwicht de vaderlandse filmindustrie simpelweg voor de verlokkingen van de strandstoel en de terrasrosé zonder aan het publiek te denken?

De term ‘blockbuster’ is inmiddels zo ingeburgerd, dat we haast zijn vergeten dat deze ooit een keer ontstaan is. Het begon in de zomer van 1975 toen Steven Spielberg zijn mechanische haai in Jaws op het Amerikaanse publiek losliet. Sindsdien gooit Hollywood in de zomer alle remmen los om niet alleen de Amerikaanse maar ook de wereldwijde box office te domineren.

Sequels en superheldenfilms domineren

Als je nu kijkt naar de Nederlandse box office, domineren sequels en superheldenfilms (of een combinatie ervan) de lijst. Wat opvalt is een enorme berg middelmatigheid, waaronder de zoveelste Transformers-sequel, de vleesgeworden aftakeling van Johnny Depp in de nieuwe Pirates of the Caribbean-film, de tevergeefs gereanimeerde – want zielloos gebleven – Baywatch remake of Tom Cruise die voor The Mummy zich beter echt had kunnen laten mummificeren. En dan krijgen we nog de tiende Spider-Man film (of de 12e als je twee andere Marvelfilms meetelt) en animatiemeuk als Cars 3 en Despicable Me 3. De zomerfilm lijkt gelijk te staan aan gemakzucht en doodgeslagen vermaak.

Gelukkig ontsnapt er daarnaast ook nog wat originaliteit uit Hollywood. Zo laat het sterke Wonder Woman van Patty Jenkins zien waarom het hoog tijd wordt dat er meer vrouwelijke regisseurs blockbusters zouden mogen maken. En met Baby Driver (vanaf deze week in de bioscoop) brengt de Britse ‘wonderboy’ Edgar Wright (Hot Fuzz, The World’s End) het plezier in filmmaken weer terug in de bioscoop, zonder terug te vallen op zinloze special effects of platgeslagen dialogen.

Het publiek  wil in de zomermaanden niet alleen maar simpel vermaak.

Chaos in Urk

Heerlijke zomernostalgie in de bioscoop, met ouderwetse iPods en bijna weer hippe cassettebandjes. Ook de eerste recensies van War For The Planet Of The Apes, onderdeel van een nieuwe franchise rond de reboot van Planet of the Apes (1968) belooft veel goeds.

Het hoogtepunt van de zomer zal voor veel filmliefhebbers op 20 juli liggen, wanneer Christopher Nolan zijn nieuwe oorlogsepos Dunkirk uitbrengt. Deze film zette vorig jaar heel Urk al op zijn kop, omdat het Nolan-circus daar een paar dagen neerstreek om opnames te maken. Tactisch gezien is het een slimme zet om tussen al het popcornvermaak dit grote serieuze drama neer te zetten.

Niet alleen simpel vermaak

Cijfers laten immers zien dat het publiek ook in de zomermaanden niet alleen maar simpel vermaak wil. Kijk bijvoorbeeld naar de grote hit die Boyhood een paar jaar geleden in Nederland was. Uitgebracht eind juli, midden in de voor serieuze films kansloos geachte zomermaanden, maar begin september stond de teller op 150.000 bezoekers. Een prestatie voor een verre van luchtige film van bijna drie uur.

Ook als je naar Nederlandse films kijkt, moet er voldoende ruimte zijn om een aantal films in de zomermaanden uit te brengen. Elk jaar in januari als in Tuschinski de hele filmindustrie bij elkaar komt, wordt er geklaagd over het feit dat de Nederlandse film, of het nu commercieel of arthouse is, niet wat meer gespreid over het jaar wordt uitgebracht.

Hollywood maakt sequels voor de Chinese bioscoopmarkt.

Waarom de nieuwe Johan Nijenhuis (Gek van Geluk) niet een zomerse release geven? Of waarom niet het luchtige Mannen van Mars met Jennifer Hoffman en Martijn Fischer laten concurreren met Amerikaanse komedies?

Chinese bioscoopmarkt

Zelfs dramafilms als Tulipani van Mike van Diem zouden in augustus prima kans van slagen kunnen hebben. Het heeft zeker kans van slagen nu het ook openingsfilm van het jaarlijks minder belangrijk wordende Nederlands Film Festival wordt. Nu wordt heel veel tegelijk in september uitgebracht, waarbij veel Nederlandse films tegen elkaar moeten concurreren. De Nederlandse bioscoopbezoeker gaat er helaas niet vaker door naar de bioscoop, laat staan vaker naar de Nederlandse film. Het marktaandeel is niet voor niets vorig jaar flink gezakt.

Er liggen kansen volop. Een grote reden dat Hollywood elke zomer nog steeds bakken aan sequels uitbrengt, is het succes ervan op de Chinese bioscoopmarkt. Daar spelen critici nauwelijks een rol, is Amerikaans spektakel nog steeds relatief nieuw en dus aantrekkelijk en worden megabioscopen in razend tempo uit de grond gestampt.

Dit jaar is China de VS zelfs gepasseerd en is nu officieel de grootste bioscoopmarkt ter wereld. Des te meer een reden voor de Nederland filmsector om kansen te pakken en de zomerhegemonie van Hollywood te doorbreken. Ze hebben nog een paar maanden om het goed te maken…


Originele link: http://www.hpdetijd.nl/2017-06-29/zomerfilm-amerikaanse-blockbuster/